EN 14058 en EN 342 beschrijven eisen en testmethoden voor beschermende kleding in koele en koude omgevingen. EN 14058 is bedoeld voor kledingstukken in omstandigheden boven -5 °C. EN 342 geldt voor afzonderlijke kledingstukken en complete kledingcombinaties — in de norm aangeduid als kledingensembles — voor koude omstandigheden van -5 °C of lager. Losse hoofd-, hand- en voetbescherming vallen niet onder deze twee kledingnormen. Twee kledingstukken met dezelfde norm kunnen toch verschillende beschermingsprestaties hebben: de Rct-, AP-, Icler- en eventueel WP-waarden laten zien welk prestatieniveau is getest.
EN 14058: beschermende kleding tegen koele omstandigheden

De actuele referentie is EN 14058:2017+A1:2023. De norm gaat over kledingstukken die bescherming bieden tegen lokale afkoeling in een koele omgeving. Naast de luchttemperatuur kunnen ook wind en vochtigheid invloed hebben op de omstandigheden waarin de kleding wordt gebruikt.
Zo lees je de EN 14058-markering
Van boven naar beneden staan bij het pictogram de volgende prestaties:
- a — Thermische weerstand (Rct): klasse 1 tot en met 4. Hoe hoger de klasse, hoe groter de thermische weerstand van de materiaalcombinatie.
- b — Luchtdoorlatendheid (AP): een optionele classificatie van klasse 1 tot en met 3. Klasse 3 heeft de laagste luchtdoorlatendheid en biedt daarmee de meeste weerstand tegen wind.
- c — Resulterende effectieve thermische isolatie (Icler): een gemeten isolatiewaarde in m²K/W van het kledingstuk, bepaald op een bewegende mannequin met de opgegeven onderkleding. Als geen onderkleding is opgegeven, kan de standaardset uit EN 342 worden gebruikt. Deze meting is optioneel bij Rct-klasse 1 tot en met 3 en verplicht bij klasse 4.
- d — Weerstand tegen waterpenetratie (WP): een optionele prestatie. Staat bij een optionele prestatie een X, dan is die eigenschap niet getest.
EN 342: beschermende kleding tegen kou en lage temperaturen

EN 342:2017 beschrijft kledingstukken en kledingcombinaties voor koude omgevingen van -5 °C of lager. De thermische isolatie van het kledingstuk of de combinatie is hierbij een centrale prestatie, samen met de luchtdoorlatendheid.
Zo lees je de EN 342-markering
Van boven naar beneden staan bij het pictogram de volgende prestaties:
- a — Resulterende effectieve thermische isolatie (Icler): de gemeten isolatiewaarde in m²K/W. B verwijst naar referentieonderkleding, C naar door de fabrikant gespecificeerde onderkleding en R naar het referentiekledingsysteem dat wordt gebruikt bij het testen van een afzonderlijk kledingstuk.
- b — Luchtdoorlatendheid (AP): klasse 1 tot en met 3. Klasse 3 heeft de laagste luchtdoorlatendheid en biedt daarmee de meeste weerstand tegen wind.
- c — Weerstand tegen waterpenetratie (WP): een optionele prestatie. Staat hier een X, dan is deze eigenschap niet getest.
De Icler-, AP- en eventueel WP-waarden maken zichtbaar welk prestatieniveau voor de betreffende testopbouw is bepaald. Twee EN 342-kledingstukken hoeven daardoor niet dezelfde isolatie of luchtdoorlatendheid te hebben.
Normering en het 3-lagen-systeem
De normwaarden beschrijven geteste prestaties van een kledingstuk of kledingcombinatie, maar leggen niet vast hoe je de volledige kledingopbouw samenstelt. Wil je weten hoe een basislaag, isolerende tussenlaag en buitenlaag samenwerken, lees dan onze uitleg over het 3-lagen-systeem voor werkkleding.
Winter werkjassen voor koude werkomstandigheden
Wil je na deze normuitleg verder kijken naar winter werkjassen voor koude werkomstandigheden? Bekijk dan onze collectie.